Voormalig Ajax-trainer Louis van Gaal kan niet helemaal begrijpen dat Ajax de winst van de Champions League in 1996 niet alsnog is toegekend. De Amsterdammers verloren die finale van Juventus, al bleek later dat sommige spelers van de Italiaanse topclub doping hadden gebruikt.
'Ik heb dat tijdens de wedstrijd niet gemerkt, maar later is dat bewezen geacht', doelt Van Gaal op het gebruik van doping door de Juventus-spelers. In de podcast '1-2-tje met Yves' gaat hij er verder op in. 'De UEFA heeft er niets mee gedaan. Ik begrijp niet dat als het bewezen wordt geacht, ze de titel niet aan ons gaven. Maar goed... ik wil ver van dat blijven. Ik vond Juventus beter spelen dan Ajax. Achteraf hadden ze verdiend gewonnen. Maar: als ze gedrogeerd zijn, is het de vraag of je die titel aan Juventus moet laten.'
Eerder dat seizoen zag Van Gaal Ajax onder zijn leiding haar beste wedstrijd spelen. 'Als trainer speel je sowieso nooit de perfecte wedstrijd,, omdat je altijd onvolkomenheden kunt ontdekken. Maar als ik er eentje op zou moeten noemen, is het eigenlijk het seizoen na de winst in de Champions League toen we uit tegen Real Madrid speelden. Toen wonnen we met 0-2, terwijl er drie doelpunten werden afgekeurd, we nog twee keer op de lat schoten en alleen maar aan het aanvallen waren geweest. Dat noemde ik dominant aanvallend voetbal, in Madrid en dan 0-2 winnen', zegt Van Gaal, die benadrukt dat Ajax toen niet eens met het volledige elftal speelde. 'Ik had toen een aantal geblesseerde spelers. Ik speelde met Davids op vier en met Musampa op het middenveld. Het was niet eens het sterkste elftal. Daarom blijf ik maar zeggen: het team is sterker dan elf individuen bij elkaar.'
Plaats reactie